Oudercontactpersonen zijn de spil van hun wijk

Ze bouwen informele communities op om jonge ouders de weg te wijzen.

Oudercontactpersonen zijn de spil van hun wijk

De oudercontactpersonen zijn een gevolg van de inzet van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. Want dit programma zag dat veel bewoners niet wisten dat allerlei voorzieningen en instanties bestonden. Het programma bestaat uit een grote alliantie van alliantiepartners. Een daarvan is SIPI, Stichting Interculturele Participatie en Integratie. Het programma vroeg SIPI twee jaar geleden om hiervoor een oplossing te zoeken. Toen bedacht SIPI de oudercontactpersonen. Zij leggen heel laagdrempelig contact met jonge ouders en wijzen hen de weg naar allerlei instanties en voorzieningen. Het onderliggende doel? Problemen bij (ouders met) jonge kinderen zo vroeg mogelijk oplossen of voorkomen. Taalachterstand bijvoorbeeld, gedragsproblemen of motorische beperkingen.

Ze waren al vrijwilligers en rolmodellen in hun wijk

De vier oudercontactpersonen die hier aanschuiven zijn Yasmin (33), Salima (38), Najat (46) en Mostafa (54). Ze hebben brede glimlachen en open blikken. Ze wonen met hun gezinnen in de wijken waarin ze werken. En voordat ze dit werk deden waren ze al bekende gezichten in hun wijk: rolmodellen. Salima deed als vrijwilliger bijvoorbeeld kook- en knutselactiviteiten met kinderen in de buurtkamer. Daardoor kent ze veel moeders en de kinderen uit de buurt. Yasmin was, voordat ze oudercontactpersoon was, al vaak te vinden bij buurtactiviteiten in Geuzeveld en Slotervaart: voorlezen, vakantieactiviteiten doen. Ze houdt ervan om nieuwe mensen te ontmoeten. Dat gaat bij haar vanzelf en zo bouw je vertrouwensbanden op, wat heel belangrijk is voor het werk dat ze hier nu doen. Najat gaf als vrijwilliger naailes aan vrouwen, kookles aan kinderen en ze werkte samen met een school in de buurt. Pedagoog Mostafa gaf al trainingen over opvoeding en vaderschap, ook in de moskee, bij de GGZ en op andere plekken in de wijk.

En allemaal hielpen ze regelmatig ouders met het lezen van brieven en het invullen van formulieren.

Als oudercontactpersonen doen ze deels hetzelfde als hiervoor, maar dan professioneel en meer verdiept. Ze hadden al minimaal een mbo-opleiding, maar bij SIPI kregen ze nog een interne opleiding. Daardoor kennen ze de wijk, de regels en alle voorzieningen goed. Zo kunnen ze jonge ouders, met wie ze sterke banden opbouwen, helpen om de weg te vinden in hun wijk.

Ouders uit de wijk komen zelf met ideeën

“Ik wil meteen even duidelijk maken dat wij niet alleen de ouders helpen,” begint Salima voordat de eerste vraag gesteld is. “Wij leren ook veel van hen,” vervolgt ze: “We hebben een grote community om ons heen gebouwd met 2000 ouders. Het is niet zo dat wij als professionals vertellen hoe het moet. We zijn samen met hen één team en hun kinderen zien we ook als onze kinderen.” De andere contactouders knikken instemmend. Dit is wie ze zijn. Salima: “We staan naast de andere ouders. Als zij een goed idee hebben, luisteren we daarnaar. Dat maakt onze aanpak zo uniek. Moeders uit de wijk kwamen bijvoorbeeld zelf met het idee van een kinderoppas tijdens informatie-ochtenden in een buurthuis. Die hebben we dus nu. Ze kunnen veel beter luisteren en meedoen als ze niet op hun kindje hoeven te letten. En die bijeenkomsten vinden ze interessant en belangrijk. Ze gaan over de ontwikkelingen van kinderen, over vaccinatie, schermgebruik, preventieve logopedie of bijvoorbeeld voorbereiding op de voorschool.”

Mostafa vervolgt over wat hun aanpak zo bijzonder en laagdrempelig maakt. “We werken op locaties waar mensen zich veilig voelen. We zijn vertrouwde personen en we spreken hun taal. Ik spreek bijvoorbeeld Darija, Marokkaans-Arabisch, maar ook klassieke Arabische talen, Berbers en Frans. Andere collega’s spreken of begrijpen Turks, Syrisch, Engels, Egyptisch, Libanees en natuurlijk Nederlands ”. Najat benadrukt dat de ouders juist door de vertrouwde sfeer vrijuit hun verhalen delen of vragen durven stellen: “We zijn wel professioneel, maar we zitten niet achter laptops zoals bij formele organisaties. Ze weten dat we geen dossiers maken. En we helpen hen ook buiten normale werktijden. Dat doen andere professionals niet. Wij blijven ook rustig een uur luisteren naar een verhaal als dat nodig is.” Mostafa: “We zeggen ook ‘zusters en broeders’ tegen de mensen met wie we praten. We noemen ze geen cliënten.”

Meerdere WhatsApp communities met ieder een paar honderd ouders erin

Ouders met jonge kinderen weten vaak niet wat er te doen of te leren is in de wijk en ook niet waar ze hulp zouden kunnen vinden als ze dat nodig hebben. Ze durven vaak ook geen kwetsbaarheden te delen omdat ze bang zijn om hun kinderen kwijt te raken. Er is veel wantrouwen in instanties, ook door de Toeslagenaffaire. De oudercontactpersonen willen toch nieuwe ouders bereiken, zodat die geholpen kunnen worden. Daarom

spreken ze hen aan op braderieën, in speeltuintjes of bijvoorbeeld in winkelcentra. Salima: “Maar we gaan ook alle deuren langs. Dan bellen we aan met een cadeautje voor de kinderen. We maken kennis en vertellen wat we organiseren. We zijn oprecht geïnteresseerd in die ouders.” Najat: “Ze voelen dat wij niets van ze nodig hebben. Ze vragen ook altijd zelf hoe ze kunnen deelnemen en waar ze ons kunnen vinden. We hoeven ze niet over te halen.”

Yasmin: “We vragen natuurlijk ook niet meteen of ze een probleem hebben, dat zou veel te direct zijn. Het gaat er vooral om dat we eerst contact maken.” Salima vult aan dat ze allemaal WhatsAppgroepen hebben gemaakt: “Per wijk zitten daar een paar honderd mensen in, in totaal bereiken we daarmee die 2000 ouders. In die groepen nodigen we hen uit voor activiteiten zoals een spelinloop of een informatie-ochtend. Of we bellen ze individueel op als we denken dat ze een extra zetje nodig hebben. Die groepen zijn echte communities. Mensen bouwen onderling veel contacten op.”

Pas als er vertrouwen is, komen de echte verhalen

Soms helpen de oudercontactpersonen met relatief kleine vragen. Iemand zoekt een bijlesleraar, een buggy of tweedehands kinderkleren. Soms gaan oudercontactpersonen mee naar het consultatiebureau. Of ze lopen mee naar een nieuwe school omdat de ouder de weg nog niet kent. Regelmatig duurt het even voor ouders gevoelige zaken willen delen. Yasmin vertelt over een moeder die bij haar was gekomen omdat ze een onenigheid had met de voorschool.

Yasmin: “Ze vroeg hulp bij het schrijven van een brief om haar kant van het verhaal vertellen. Toen dat klaar was bleef ze vragen stellen. Eerst over een informatie-ochtend, toen over het gedrag van haar dochtertje. En later, toen we echt vertrouwen hadden opgebouwd, kwam het belangrijkste verhaal boven. Ze bleek thuis niet veilig te zijn. Ze had stevige relatieproblemen. In een weekend belde ze me dat er meteen iets moest gebeuren. Het was thuis geëscaleerd. Gelukkig hebben we haar kunnen helpen. Ze heeft nu een goede plek voor haarzelf en haar kinderen. Achteraf vertelde ze dat ze zich voor het eerst echt gehoord had gevoeld. Ze had in een ‘gouden kooi’ gezeten en durfde daar niet uit te stappen. Ze was bang geweest om haar kinderen kwijt te raken. Tot ze ons vertrouwde. Die band hadden wij nooit zo kunnen opbouwen als we maar tien minuten per persoon hadden gehad.

Vaders bewustmaken van hun rol

Er gaat al veel goed met jonge ouders in Nieuw-West. Ook doordat het Nationaal Programma Samen Nieuw-West de themagroep ‘Het Jonge Kind’ heeft opgezet. Er zijn veel voorzieningen en activiteiten. Maar er moet ook nog veel gebeuren. Mostafa: “Er zijn bijvoorbeeld al best veel activiteiten met moeders. Maar voor vaders is er veel minder. Vaders zijn ook welkom bij de bijeenkomsten waar vooral moeders komen, maar soms

voelt dat voor hen ongemakkelijk. Het is prettig om vragen over vaderschap te kunnen stellen aan mannelijke oudercontactpersonen. Daarom zijn we daar in 2026 mee begonnen.”

“Ik ontmoet vaders bijvoorbeeld in het weekend op sportvelden, in speeltuinen of bij de moskee. Ik geef ook trainingen over ouderschap. We proberen vaders actief te betrekken bij school, het consultatiebureau en de ontwikkeling van hun kinderen. Ik werd net nog gebeld door een vader met een opvoedvraag waar we goed samen over gesproken hebben. Ik schrijf ook teksten over vaderschap om vaders bewust te maken van hun rol. Die teksten deel ik dan in de community. Bijvoorbeeld: ‘Een goede vader geeft zijn kinderen niet alles wat ze willen, maar alles wat ze nodig hebben. Zijn tijd, zijn aandacht en zijn liefde.’ Dat levert mooie gesprekken en inzichten op.”

Een probleem hebben vermindert jouw waarde niet

“Door dit werk weet ik dat je aan de buitenkant niet kunt zien waarmee iemand struggelt,” zegt Salima. “Dus het is belangrijk om altijd met compassie en begrip naar mensen te kijken.” Najat: “Ik heb hier geleerd dat we niet over kwetsbare ouders moeten spreken, want ze zijn heel sterk. Soms kennen ze alleen de weg nog niet. Iedereen kan een probleem hebben, maar dat vermindert jouw waarde niet.” Yasmin: “Je ziet niet altijd wat voor power er achter iemand zit. Hoe knap het is dat iemand nog overheid staat, ondanks wat die persoon heeft meegemaakt. Ik vind het heel fijn dat wij als oudercontactpersonen ouders een stukje op weg kunnen helpen.”