Laagdrempelige oudercontactpersonen bereiken duizenden jonge ouders in Nieuw-West

Een doordeweekse dag in een speeltuin in Nieuw-West: een moeder helpt haar peuterzoon die op een speeltoestel klimt. Wanneer een andere moeder een gesprek met haar aanknoopt, vertelt ze dat haar zoon niet meer naar de voorschool mag komen. Ze begrijpt niet waarom, maar nu probeert ze hem zelf maar te vermaken. Dat is niet eenvoudig, want ze is hoogzwanger van haar tweede kind.

Laagdrempelige oudercontactpersonen bereiken duizenden jonge ouders in Nieuw-West

Die andere moeder is een van de tien oudercontactpersonen uit Nieuw-West. De moeders bouwen een band op en gaan samen in gesprek met de voorschool. Uiteindelijk mag het jongetje daar weer naartoe. Hij had wat meer tijd nodig, en iets meer begeleiding, om te wennen aan de schoolregels.

Zo vroeg mogelijk kansen vergroten en problemen voorkomen

Er zijn heel veel formele instanties en voorzieningen voor ouders in Amsterdam Nieuw-West. Daar kunnen ze terecht voor informatie, activiteiten of hulp. Maar het Nationaal Programma Samen Nieuw-West zag dat deze ouders de weg hiernaartoe niet altijd konden vinden. Dat wilde het programma veranderen.

In SIPI vond het Nationaal Programma een geweldige alliantiepartner voor deze verandering. Deze Stichting Interculturele Participatie en Integratie vormt, met laagdrempelige oudercontactpersonen, een brug tussen ouders en voorzieningen rondom jonge kinderen. Het Nationaal Programma financiert, ondersteunt en verbindt dit oudercontactpersonen-initiatief met andere trajecten die ze in het stadsdeel hebben opgezet. Met het domein Kansen voor de Jeugd versterkt het programma de sociale basis in Amsterdam Nieuw-West. Het doel is om ontwikkelkansen van jonge kinderen zo vroeg mogelijk te vergroten. En om problemen zo snel mogelijk op te lossen of te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan taalachterstand, opvoedtwijfels, motorische beperkingen of sociaal-emotionele problemen. Dan werk je preventief. De oudercontactpersonen sluiten hier heel goed op aan.

Preventie

Esmae Mahdi, programmaleider jeugd bij SIPI, bedacht en ontwikkelde twee jaar geleden dit initiatief voor het Nationaal Programma. Inmiddels zijn de activiteiten al zeer succesvol. Haar team werkt laagdrempelig, onafhankelijk van formele organisaties en dus ook zonder verwijzingen, en zonder dossiers. De werkwijze is informeel in het contact met de ouders, maar professioneel in de uitvoering. De oudercontactpersonen zijn door SIPI opgeleid en hebben ook minimaal een sociale mbo-opleiding afgerond.

Esmae: “Door de informele manier waarop oudercontactpersonen werken, komen we ook achter de voordeuren van ouders die de weg naar instanties nog niet kunnen vinden. Of die nog niet weten welke ontwikkelmogelijkheden er zijn. Zo werken we vroeg aan het vergroten van kansengelijkheid. En kunnen we voorkomen dat situaties onnodig ernstig worden. Ouders vinden sneller de weg naar activiteiten voor jonge kinderen of naar bijvoorbeeld preventieve logopedie, de Jeugd Gezondheidszorg (JGZ) en het Ouder Kind Team (OKT), waar veel informatie wordt gedeeld over ontwikkeling en opgroeien.”

Het zijn bekende gezichten, rolmodellen en sleutelfiguren in de wijk

Een van de geheimen van het succes is volgens Esmae dat de oudercontactpersonen wonen in de wijk waarin ze werken. Voordat ze dit werk deden waren ze al sleutelfiguren als vrijwilliger of vertrouwenspersoon in hun wijk. Het zijn bekende gezichten, rolmodellen die goed contact kunnen leggen met ouders in de wijk. Ze hebben zelf ook kinderen, weten wat er speelt, begrijpen de cultuur en spreken de taal van de bewoners, ook letterlijk. De professionals komen uit uiteenlopende culturele achtergronden en spreken veel verschillende talen. “En het belangrijkste”, vertelt Esmae, “is dat ze oprechte interesse hebben in hun wijkgenoten. Gebruikmaken van voorzieningen begint niet met een folder, een website of een loket, maar met een relatie en verbinding. Dat geeft vertrouwen, wat nodig is omdat veel inwoners wantrouwen voelen naar formele instanties.”

Dat wantrouwen komt vaak door verhalen die in de wijk rondgaan over uithuisplaatsing, zorgmeldingen, jonge thuiszitters, schooladviezen, discriminatie of wat er bijvoorbeeld met de toeslagenaffaire is gebeurd. Esmae: “Zeker ouders van jonge kinderen zijn daardoor voorzichtig met het delen van vragen over ondersteuning. Dat is jammer, want juist als ze net een kind hebben gekregen, kunnen ze veel informatie en hulp gebruiken. Professionals in formele organisaties kunnen natuurlijk heel veel en zij doen enorm hun best. Maar die organisaties zijn vaak heel groot, staan verder van bewoners af en hebben beperkt tijd voor mensen.”

2000 ouders bereikt

De oudercontactpersonen leggen heel laagdrempelig en informeel contact met de jonge ouders. Dat doen ze op braderieën, in speeltuinen, buurtkamers op de markt of in een winkelstraat. Ze gaan ook gewoon langs voordeuren, bellen aan, brengen cadeautjes voor de kinderen, kleurplaten, potloden, beginnen een praatje en vertellen over de spelinloop of andere activiteiten. Ze kennen de leefwereld van de jonge ouders en stellen hen op hun gemak.

Ze bouwen ook via whatsapp communities op, omdat whatsapp het belangrijkste communicatiemiddel is voor veel ouders. Esmae: “Iedere wijk heeft zijn eigen community en per wijk zitten daar een paarhonderd jonge ouders in. Alles bij elkaar hebben we na twee jaar zo’n 2000 ouders bereikt met wie we in contact zijn. De oudercontactpersonen bellen ook mensen uit die communities één op één op. Dan nodigen ze hen uit voor creatieve activiteiten, voor peutergym of voor informatie-ochtenden. Die gaan bijvoorbeeld over de voorschool, taal, schermtijd of motorische ontwikkelingen van kinderen. Die informele benadering werkt heel goed. En heel anders dan bij formele instanties: ze zijn flexibel: ook ’s avonds en in het weekend zijn ze bereikbaar als dat nodig is.”

Veilig voelen

De oudercontactpersonen zorgen in eerste instantie dat er goed contact is en dat de jonge ouders ook andere ouders met jonge kinderen ontmoeten. Soms vinden mensen het fijn als de oudercontactpersoon met ze meegaat naar een gesprek bij het consultatiebureau of een medisch onderzoek van het kind. Dan helpen ze bijvoorbeeld met het formuleren van de juiste hulpvragen. Of ze helpen met het invullen van formulieren, brengen hen in contact met de wegwijssalon of met iemand die helpt met de inschrijving van de voorschool. Langzaam maar zeker bouwen de jonge ouders in hun wijk contacten op met mensen op wie ze kunnen terugvallen, zoals buurtteam- of voorschoolmedewerkers of bijvoorbeeld Ouder- en Kind-adviseurs.

Esmae: “En dan kan het zomaar zijn dat een moeder, met wie we al een paar weken contact hebben, ineens met een onderliggend probleem komt, dat ze eerst niet durfde te bespreken. Dat kan gaan over de ontwikkeling van haar kind, over buren die haar intimideren of ze vertelt over geweld in haar relatie. Mensen vertellen zulke dingen alleen wanneer ze zich helemaal veilig voelen en je geen dossier bijhoudt. Wij kunnen ze in die situaties helpen om de juiste weg te vinden naar formele instanties. We lossen het niet zelf op, maar we zijn de verbinding, we leiden ze naar de juiste plekken toe.”

Wantrouwen verandert in vertrouwen

Esmae benadrukt dat de oudercontactpersonen de ouders niet benaderen als hulpvrager maar als een partner, een mede-ouder, op gelijkwaardig niveau. Ze helpen de ouders ook om hun eigen kracht en hun zelfvertrouwen te vinden. Daarna steunen deze ouders als vanzelf ook weer andere ouders in de wijk. Ouders leren van elkaar en er ontstaan vriendschappen. Een moeder vertelt bijvoorbeeld hoe een tip van de Jeugdgezondheidszorg haar heeft geholpen. En een ander vertelt enthousiast over de vriendjes die haar zoon op de voorschool heeft gemaakt. In plaats van negatieve verhalen, gaan er dan verhalen rond over wat wél werkt. Zo verandert wantrouwen in vertrouwen.

Er zijn nog te weinig laagdrempelige activiteiten, speelmogelijkheden en ontmoetingsplekken voor (ouders met) jonge kinderen in Nieuw-West. Dat hebben ouders uit de wijk ook aan de stadsdeelvoorzitter gemeld. Maar Esmae ziet dat er veel verandert in het stadsdeel. Steeds meer partijen willen in de wijken ouder-kind-activiteiten opstarten. Dat kunnen knutselactiviteiten zijn, speelochtenden of bijeenkomsten voor de taalontwikkeling of de motoriek. Dat het Nationaal Programma de themagroep ‘Het jonge kind’ heeft opgesteld helpt daar goed bij. Daardoor komt er meer aandacht voor deze doelgroep. Esmae: “Maar de uitdaging is niet om alleen nieuwe voorzieningen te creëren, maar om ervoor te zorgen dat ouders ze kunnen vinden en gaan gebruiken. En precies in die verbinding ligt onze kracht.”

Ook vaders als oudercontactpersonen

Esmae: “Wij breiden door de steun van het Nationaal Programma ook ons team van oudercontactpersonen uit. We zijn nu van zeven naar tien medewerkers gegaan. Naast moeders werken er sinds 2026 ook vaders als oudercontactpersonen. Want we zien dat veel vaders graag betrokken willen zijn bij de ontwikkeling van hun kinderen. Alleen lukt dit nog niet altijd. Veel vaders werken overdag. Daarom werken onze mannelijke collega’s vooral in de weekenden en avonden. Ze benaderen de vaders bijvoorbeeld bij sportverenigingen, buurtkamers, de moskee of in speeltuinen. Het is prettig voor vaders dat zij hun vragen over ouderschap kunnen stellen aan mannelijke oudercontactpersonen. Zij spreken dezelfde taal, herkennen de vragen waar vaders tegenaan lopen en maken het makkelijker om het gesprek aan te gaan. Zo worden vaders meer betrokken bij belangrijke momenten zoals een bezoek aan het consultatiebureau, de keuze voor een voorschool en de ontwikkeling van hun kind.”

Gelijke kansen

Oudercontactpersonen werken preventief. Dat is om te voorkomen dat problemen rond de ontwikkeling of opvoeding van kinderen pas aan het licht komen als de kinderen naar de basisschool gaan. Oudercontactpersonen laten ouders zien hoe ze de ontwikkeling van hun kind, van baby af aan, zelf kunnen stimuleren. En hoe ze hulp kunnen vragen als dat nodig is. Als ze dat doen loopt de overgang naar de (voor)school soepeler en ook in het vervolgonderwijs pluk je daar de vruchten van.

Esmae: “We willen voorkomen dat kinderen met ongelijke kansen starten. En hoe eerder je die startverschillen aanpakt en helpt verdwijnen, hoe beter. Want de grootste winst is te behalen in de eerste jaren. Door ouders al vroeg te bereiken, te versterken en te verbinden met de voorzieningen in de wijk, vergroten we de kans dat kinderen hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen.”