Actueel
Bewoners aan het woord, organisaties aan zet
Hoe geef je bewoners écht invloed op hun buurt? En: wat beloof je eigenlijk als je zegt dat zij mogen meebeslissen? In Buurtwerkkamer GeuzenNest ging het onlangs niet zozeer over het zoeken naar nieuwe manieren van samenwerken in Nieuw-West, maar vooral over de vraag wat er in de praktijk terechtkomt van de oude.
Nationaal Programma Samen Nieuw-West is er niet om zelf alle problemen in de wijk op te lossen. Het brengt bewoners, gemeente, corporaties en maatschappelijke organisaties rond concrete opgaven bij elkaar en probeert zichtbaar te maken waar de bestaande aanpak vastloopt, wie aan zet is en wat er structureel anders moet. Een invalshoek die in de bijeenkomst van meerdere kanten belicht werd.
Bouchra Dibi, strategisch programmamanager Eigenaarschap, Inclusie en Democratie (EID), opent de bijeenkomst. In de kleine zaal zitten wijkverbinders, professionals, maatschappelijke organisaties, de wethouder en stadsdeelvoorzitter. Drie onderwerpen staan centraal: het Welzijnsdashboard, de wijkallianties en de vraag hoe initiatieven een vaste plek kunnen krijgen.
Bewoners bepalen wat welzijn is
Hoogleraar Nicky Pouw legt uit hoe ‘haar’ Welzijnsdashboard werkt. Gewoonlijk wordt een wijk beschreven aan de hand van bestaande cijfers over bijvoorbeeld inkomen, gezondheid, veiligheid en werk. Bij het dashboard begint het andersom: bewoners bepalen eerst zelf wat voor hun welzijn belangrijk is. Samen met onderzoekers maken zij daar vragen van, waarna de uitkomsten opnieuw met bewoners worden besproken.
Het verschil met de klassieke aanpak is dus dat bewoners niet alleen onderwerp van onderzoek zijn. Ze bepalen mede wát er wordt onderzocht en wat de uitkomsten betekenen voor hun buurt. Daardoor kan een ander beeld ontstaan dan uit de gebruikelijke cijfers. Een beleidsmaker kan bijvoorbeeld constateren dat er voldoende sportaanbod is, terwijl bewoners zeggen dat ze dat aanbod nauwelijks zien of dat het niet aansluit bij wat zij nodig hebben.
Dat laatste blijkt geen theoretisch verschil. „Wij willen helemaal niet per se iets nieuws”, klinkt het vanuit de zaal. „We willen dat wat er al is ook echt werkt voor de bewoners.”
Wat betekent meebeslissen?
Bij het verhaal over de wijkallianties wordt het gesprek meteen scherper. Oussama ben Chaib, voorzitter van het opgaveteam EID, vertelt dat er aanvankelijk een compleet model was bedacht voor de samenwerking tussen bewoners en professionals. „En toen hebben we die blauwdruk eigenlijk meteen weer in de prullenbak gegooid”, zegt hij. De reden was simpel: als het om eigenaarschap van bewoners gaat, moet je niet eerst voor hen bedenken hoe dat eruit moet zien.
Elke buurt krijgt daarom ruimte voor een eigen aanpak. Eerst wordt gekeken wat er al gebeurt, welke overleggen werken en waar juist wantrouwen of frustratie zit. Daarna bepalen bewoners en organisaties samen welke onderwerpen belangrijk zijn en welke kleine stappen gezet kunnen worden.
Het gesprek gaat daarmee meteen over verwachtingen. Een wijkalliantie krijgt geen aparte bevoegdheden waarmee beleid kan worden omzeild, maar moet wel zorgen dat bewoners eerder en serieuzer aan tafel zitten. „Gelijkwaardigheid en eigenaarschap”, vat Ben Chaib samen. „Iedereen heeft een stem, maar wel vanuit zijn eigen rol.”

Jongeren zonder plek
Een bewoner uit De Punt geeft aan hoe ingewikkeld dat in de praktijk kan zijn. Een groep jongeren zocht al langere tijd een plek om ’s avonds samen te komen. Ze gingen naar school of werkten, veroorzaakten volgens betrokkenen nauwelijks overlast, maar werden wel regelmatig weggestuurd. Een aangeboden ruimte bleek niet te passen bij wat zij zochten en plannen voor een andere plek duurden zo lang dat de jongeren uiteindelijk afhaakten.
„Wie moet dit nou oplossen?” is vervolgens de vraag aan de zaal. Het jongerenwerk? De gebiedsmakelaar? De gemeente? De woningcorporatie? „Vele handen maken licht werk”, klonk het. Mbarki reageert hierop. „Ik zou echt waken dat we van bewoners gaan vragen om zaken op te lossen die eigenlijk de primaire taak zijn van de gemeente en haar partners. ”Meer mensen of meer projecten betekent volgens hem niet automatisch dat het beter gaat. „De basis op orde krijgen is misschien wel de grootste uitdaging.”
Daar is weinig verzet tegen. „Soms ís die basis gewoon niet op orde”, klinkt het uit de zaal.
Van afwas naar systeemvraag
Toch laten andere voorbeelden zien waarom korte lijnen in de wijk wel degelijk iets kunnen opleveren. Sherman van Philadelphia vertelt over open lunches voor buurtbewoners en cliënten van Philadelphia. Of de wekelijkse maaltijd, die groeide van enkele deelnemers naar soms veertig of vijftig. „Ons grootste probleem is nu de afwas”, zegt hij.
Er word weliswaar gelachen, maar dit kleine voorbeeld toont meteen aan hoe een initiatief kan groeien om vervolgens tegen praktische grenzen aan te lopen. Wie zorgt voor een vaatwasser? Welke organisatie helpt? En belangrijker: hoe voorkom je dat zo’n initiatief weer verdwijnt zodra een tijdelijke projectleider of wijkverbinder vertrekt? Zo komt het gesprek vanzelf bij het derde onderwerp van de bijeenkomst: borging.
Niet nóg een organisatie erbij
Gebiedsmanager en gemeentelijk opdrachtgever Caspar Schönfeld Wichers en grootstedelijk econoom en strateeg Najah Aouaki maken duidelijk dat het Nationaal Programma niet bedoeld is als nieuwe uitvoeringsorganisatie naast gemeente, welzijnswerk en woningcorporaties. De bedoeling is juist dat bestaande organisaties anders gaan werken en meer verantwoordelijkheid nemen.
Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk schuurt het. Nieuwe wijkverbinders en wijkprojectleiders riepen in het begin vragen op. „Wij hebben toch al opbouwwerkers?”, was een veelgehoorde reactie. En gebiedsmakelaars vroegen zich af waarom er nóg iemand naast hen nodig was.
Volgens Schönfeld Wichers gaat het daarom niet alleen om mensen en geld, maar om rollen, samenwerking en werkwijze. „Wat ga je extra doen?”, is de vraag die volgens hem opnieuw aan alliantiepartners moet worden gesteld.
Uit de zaal komt een nog bredere zorg. Professionals zouden te vaak op kantoor zitten en te weinig de wijk ingaan. Bewoners weten ondertussen vaak heel goed waar het misgaat, maar lopen vast zodra hun signalen bij organisaties terechtkomen. „Je kunt jaren roepen: hier gaat het mis. Maar wat doet een instantie dan met die informatie?” vraagt een deelneemster.
Een wijkverbinder vertelt hoe spannend het is geweest om zelf de resultaten van het Welzijnsdashboard aan bestuurders en professionals te presenteren. „We stonden daar als bewoners tegenover mensen met hoge functies”, zei ze. „Maar daarna voelden we: wij hebben ook kracht. Wij kunnen die instanties vertellen wat er in de praktijk gebeurt.”

Eerst luisteren, dan veranderen
Aan het einde komen de drie onderdelen weer bij elkaar. Het Welzijnsdashboard kan zichtbaar maken wat bewoners belangrijk vinden. De wijkalliantie kan bewoners en organisaties rond concrete problemen bij elkaar brengen. Maar daarna begint pas het moeilijkste deel: zorgen dat organisaties ook werkelijk iets veranderen.
„Niet alles is een nieuwe opgave”, klinkt het. Soms moet een bestaande organisatie gewoon doen waarvoor zij er is. Maar als in meerdere buurten steeds hetzelfde probleem terugkomt, kan er meer aan de hand zijn. Dan wordt een praktisch probleem een systeemvraag.
Aan het einde van de bijeenkomst zijn de deelnemers het over één ding behoorlijk eens: eigenaarschap betekent niet dat bewoners voortaan zelf de problemen in hun wijk moeten oplossen. Het betekent wel dat hun kennis en ervaring eerder in beeld komen en dat organisaties daar niet vrijblijvend naar kunnen luisteren.
Na de discussie pakken de deelnemers hun broodjes en stapt men de frisse lucht in voor een wandeling door de Wegener Sleeswijkbuurt. Daarmee kreeg de bijeenkomst een passende afsluiting: niet langer praten over de wijk vanuit een vergaderzaal, maar ter plekke kijken waar al die plannen, cijfers en systeemvragen nou eigenlijk precies over gaan.

