Welzijnsdashboard: tastbare resultaten in de Wegener Sleeswijkbuurt

Jarenlang werd de status van een wijk vooral afgemeten aan cijfers. Werkloosheid, inkomen, veiligheid, gezondheid. Nuttige gegevens, maar ze vertellen niet altijd het hele verhaal. Want wat als bewoners heel andere zorgen hebben dan de indicatoren waarop beleid wordt gemaakt?

Welzijnsdashboard: tastbare resultaten in de Wegener Sleeswijkbuurt

Vanuit die gedachte ontstond enkele jaren geleden het Amsterdamse Welzijnsdashboard. Bewoners, onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en lokale organisaties ontwikkelden een methode waarbij niet de overheid bepaalt wat belangrijk is, maar bewoners zelf. In verschillende buurten in Nieuw-West wordt die aanpak inmiddels toegepast. Het doel is niet alleen om gegevens verzamelen, maar vooral om bewoners een sterkere positie te geven in gesprekken met organisaties en beleidsmakers.

Het Welzijnsdashboard ontstond in Venserpolder in Zuidoost. Bewoners vonden dat bestaande meetinstrumenten vaak onvoldoende zichtbaar maakten wat er werkelijk speelt in hun wijk. Samen met onderzoekers werden nieuwe indicatoren ontwikkeld die beter aansluiten bij het dagelijks leven van bewoners. Thema’s als gezondheid, veiligheid, sociale relaties, vertrouwen, voorzieningen en financiële bestaanszekerheid kregen daarin een plek.

Het proces verloopt in verschillende stappen. Eerst brengen bewoners in workshops in kaart wat zij onder welzijn verstaan en welke onderwerpen zij belangrijk vinden. Op basis daarvan worden samen met onderzoekers vragen opgesteld voor een enquête, die vervolgens in de wijk wordt afgenomen. De resultaten worden teruggekoppeld aan bewoners, die zelf helpen bepalen welke thema’s prioriteit krijgen. Daarna volgen zogenoemde dialogen met organisaties en professionals, waarin bewoners de uitkomsten presenteren en samen zoeken naar mogelijke oplossingen en vervolgstappen.

Kenmerkend is dat bewoners niet alleen onderwerp van onderzoek zijn, maar medeonderzoekers worden. Zij helpen bepalen welke vragen worden gesteld, verzamelen informatie in de wijk en bespreken vervolgens zelf de uitkomsten met organisaties die invloed hebben op beleid en uitvoering. Daarmee wordt het dashboard meer dan een enquête. Het wordt een hulpmiddel om prioriteiten te stellen en gesprekken op gang te brengen.

In de Wegener Sleeswijkbuurt bleek dat goed zichtbaar. Daar waren de afgelopen jaren veel gesprekken over leefbaarheid, stedelijke vernieuwing en de relatie tussen bewoners en instanties. Het Welzijnsdashboard bood een manier om die ervaringen systematisch in beeld te brengen. Niet alleen door cijfers te verzamelen, maar ook door verhalen achter die cijfers zichtbaar te maken.

Dat onderscheid is belangrijk. Een cijfer kan laten zien dat financiële problemen voorkomen in een wijk. Het vertelt niet automatisch hoe bewoners die problemen ervaren of waarom sommige mensen geen gebruikmaken van bestaande regelingen. Juist die informatie kwam tijdens het traject naar boven.

Uit het dashboard kwamen uiteindelijk twee prioriteiten naar voren: financiële gezondheid en fysieke gezondheid. Vervolgens gingen bewoners daarover in gesprek met organisaties die op deze terreinen actief zijn. Niet vanuit algemene beleidsdoelen, maar vanuit concrete ervaringen uit de buurt.

De kracht van het Welzijnsdashboard zit volgens betrokkenen dan ook niet alleen in de data, maar vooral in het proces eromheen. Bewoners denken mee over de vragen, bespreken de resultaten en formuleren zelf de onderwerpen waarover zij verder willen praten. Daardoor ontstaat een andere verhouding tussen bewoners en organisaties: minder gebaseerd op aannames, meer op gezamenlijke kennis.

De Universiteit van Amsterdam en verschillende buurtorganisaties zien het Welzijnsdashboard inmiddels als een methode die ook in andere buurten kan worden ingezet. In Amsterdam zijn al meerdere dashboards ontwikkeld of in voorbereiding. De ambitie is om de metingen regelmatig te herhalen, zodat zichtbaar wordt of ontwikkelingen in een buurt daadwerkelijk aansluiten bij wat bewoners belangrijk vinden.

Voor de Wegener Sleeswijkbuurt is het dashboard daarmee geen eindpunt, maar een vertrekpunt. De verzamelde inzichten vormen de basis voor nieuwe gesprekken, nieuwe samenwerkingen en nieuwe acties. De vraag is niet langer alleen hoe het met de wijk gaat, maar ook: wat vinden bewoners zelf dat er moet gebeuren?

Ervaringen met het Welzijnsdashboard in de Wegener Sleeswijkbuurt

Voor wijkverbinder Bouchra Moutawakil en wijkprojectleider Jeroen Zwart uit de wijkalliantie Wegener Sleeswijkbuurt was het Welzijnsdashboard vooral een manier om bewoners zelf richting te laten geven aan de toekomst van de Wegener Sleeswijkbuurt. „Het begint met de vraag: wat betekent welzijn voor bewoners? Dat is vaak iets anders dan wat organisaties of de gemeente denken”, legt Bouchra uit.

Tijdens workshops met onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam brachten buurtbewoners in kaart wat zij belangrijk vinden. Vervolgens werden thema’s geordend, vragen opgesteld en enquêtes afgenomen. Ongeveer driehonderd bewoners deden mee. „Alles gebeurde in samenspraak. „Bewoners dachten mee over de vragen, de thema’s en later ook over de presentatie van de resultaten.”

Volgens Jeroen zit de waarde niet alleen in de cijfers die het traject oplevert. „Het dashboard helpt de verhalen achter cijfers zichtbaar te maken. Je ziet niet alleen dát iets speelt, maar ook waarom.” Bewoners brachten de verschillende onderwerpen uiteindelijk terug tot twee prioriteiten: financiële gezondheid en fysieke gezondheid. Daarover gingen zij in gesprek met betrokken organisaties. Het leidde onder meer tot plannen voor laagdrempelige ondersteuning bij het aanvragen van gemeentelijke regelingen en tot nieuwe initiatieven rond bewegen en gezondheid in de wijk.

„Bewoners zijn eigenaar van het dashboard”, zegt de teamcoördinator. „Zij kunnen ermee laten zien wat zij belangrijk vinden en organisaties daarop aanspreken.” Jeroen Zwart houdt nog wel een slag om de arm: ,,Je kunt geweldig gedetailleerd ophalen wat er voor bewoners belangrijk is, maar zonder commitment van organisaties kom je nergens